Ervaren van overvloed

Boodschap van aartsengel Gabriël

Soms voel ik me verloren in pogingen om iets op te bouwen. Het lijkt dan goed te gaan, en dan ineens lijkt er weinig meer van over. De flow die eerst zorgde voor toename, stort ineens neer. Verhalen over dat overvloed te creëren is, komen dan slecht bij mij aan. Waar dan? Hoe dan? In mijn dagelijkse meditatie legde ik de vraag voor aan aartsengel Gabriël: hoe kan ik me afstemmen op het gevoel van overvloed?

In mijn meditatie sta ik op het strand met voor me de zee in het Westen. De eindeloze zee laat golven vallen op het strand met een ruisend geluid. De zilte lucht dringt in mijn neus door en ik proef het zout op mijn tong. Tussen mijn tenen kriebelt het zand. De ervaring van hier staan is heerlijk. Het geeft een diep gevoel van ontspanning en veiligheid.

Een deur verschijnt in de zee, de Poort van de Westelijke Windrichting. Als ik er doorheen stap lijkt alles nog hetzelfde, alleen toch heel anders. Ik zie nu dat de zee is opgebouwd uit ontelbare kleine natuurwezentjes, Undines, als druppels water. Samen bouwen ze zich op als een golf die groeit, en vallen dan weer uiteen als de golf neerkomt. De golf bouwt zich groot op en op zijn toppunt wordt de Elementale Koning Nixsa zichtbaar. En dan valt hij weer uiteen. Hij bestaat uit allemaal waterdruppels. Heel vloeibaar en zonder vaste vorm. Zo bouwt hij zichzelf steeds op en valt hij weer uiteen.

Aartsengel Gabriël verschijnt op het strand. Hij leert me daar om ook mee te gaan op die beweging. Mezelf opbouwen en weer loslaten. Het opbouwen gaat goed, maar tegen het loslaten merk ik weerstand. Na een aantal keer oefenen lukt het me. Gabriël neemt me mee naar de branding. De golfbeweging is in basis hetzelfde, alleen nu wat complexer: verzamelen, opbouwen, neervallen, aanspoelen, terugtrekken, eenheid en opnieuw. Eigenlijk is het een heerlijk ritme om steeds te maken. Mee te stromen en steeds van vorm te veranderen.

Toch voel ik me ineens verdrietig. Steeds bouw ik opnieuw op, en laat ik weer los, valt het uit elkaar. Het lijkt zo weinig, zo klein, zo onbenullig. Gabriël zegt: “kijk eens achterom.” Als ik om kijk zie ik de eindeloze zee. Hier is niets kleins aan. Het antwoord op mijn vraag, de boodschap van Gabriël dringt tot me door. Overvloed is al aanwezig. Het is maar net welke kant je op kijkt.

Een reactie plaatsen